Morgen is het 5 mei, bevrijdingsdag. Ik heb me weer eens afgevraagd wat vrijheid voor mij betekent.
Consumeren
Als je om je heen kijkt dan lijkt het wel of vrijheid van consumeren het grootste goed is. Dat is wat we moeten verdedigen tegen alle klaplopers die willen meeprofiteren van onze rijkdom. Dat is pas vrijheid… of toch niet? Kijk in Zuid Afrika wat er gebeurt als je rijk bent. Dan moet je achter hekken gaan wonen om je te beschermen tegen de armen. Voor ons is het niet zo zichtbaar, maar wij wonen ook achter hekken alleen staan die wat verder weg. Wij wonen in Fort Europa.
Meningsuiting
Nee, overal je mening over kunnen uiten, dat is pas vrijheid. Gewoon zeggen wat je denkt, en doen wat je zegt. En als iemand iets anders vindt, nou dan zullen we hem. Ik vind dat geen echte vrijheid. Natuurlijk is het mooi dat je in het ‘vrije westen’ niet meer voor een mening de cel invliegt. Echter, daar waar jouw vrijheid van meningsuiting de vrijheid van een ander beperkt, gaat er toch iets mis met het begrip vrijheid.
Keuzes
Naar mijn mening ontstaat echte vrijheid daar waar je anderen de ruimte gunt. Het is pas echte vrijheid als je in staat bent om zelf keuzes te maken zonder anderen te beperken. Vrijheid is ook dat anderen jou de ruimte laten om jezelf te uiten zoals je bent, ook al ga je tegen de stroom in.
Vechten
‘Vrijheid bevechten’ is een paradox: als je in staat bent om te vechten, dan heb je gekozen en dat is op zich al vrijheid. Je kunt wel vechten voor de vrijheid van de ander, maar of die ander daar ook wat mee doet, is weer zijn eigen keuze.
