9 misverstanden over artikel 430a

Er heerst een aantal hardnekkige misverstanden over het toepassen van artikel 430a. Hieronder een overzicht.

Razzia op de Delftse Hout

1) Geen aangewezen terrein, dan mag je zelf kiezen

Toen de wet net werd aangenomen, wisten officieren van justitie niet goed wat ze er mee aan moesten. Ze hebben toen een richtlijn opgesteld, dat er alleen vervolgd zou worden als er door de gemeenteraad een terrein was aangewezen. Deze richtlijn kent geen enkele juridische grond in de wet. Gemeenten hebben op grond hiervan jarenlang gedacht dat ze dus een terrein moesten aanwijzen. En naaktlopers hebben geconcludeerd dat ze bijna overal veilig waren voor vervolging tenzij de gemeente een terrein had aangewezen.

Dit is onjuist. Ook als de gemeente een terrein heeft aangewezen kun je op andere plaatsen die ook geschikt zijn gewoon naakt recreëren. Spong is in 2004 door de meervoudige kamer van het hof vrijgesproken juist omdat hij op een terrein naast een aangewezen terrein zat:

Dus niet verboden als er al een terrein is aangewezen.

2) Gemeentes kunnen naaktrecreatie verbieden

Er leeft bij veel gemeenten en recreatieschappen het idee dat men naaktrecreatie kan verbieden. Het komt ook nog in veel gemeentelijke verordeningen voor. De modelverordening 2012 stelt het omgekeerde voor. Door expliciet een gebied aan te wijzen vind je de overige gebieden impliciet ongeschikt. Dit kent natuurlijk ook geen juridische basis. In essentie kunnen gemeentes wel terreinen aanwijzen, maar niets verbieden. Alleen de rechter kan in geval van een overtreding constateren dat de wet overtreden is.

Gemeentes kunnen naaktrecreatie dus niet verbieden.

3) Het weer moet logisch zijn voor naaktrecreatie

In veel teksten en in de modelverordening voor gemeenten komt voor dat de omstandigheden logisch zouden moeten zijn voor naaktrecreatie. En dan gaat het onder andere over het weer. Dit is natuurlijk onzin. Ik ken mensen die elke dag dat er geen ijs ligt gaan zwemmen. Mag je dan alleen met warm weer bloot zwemmen en moet je dan als het koud is een zwembroekje aan tegen het afkoelen? Natuurlijk niet! Dit is wel door de minister gezegd tijdens de behandeling van de wet. In hoger beroep heeft dit argument nog nooit gespeeld.

Je mag onder alle weersomstandigheden bloot zijn.

4) Het tijdstip van de dag moet logisch zijn

De minister heeft bij de behandeling in de Tweede Kamer ook gesproken over het tijdstip van de dag. Dat houdt natuurlijk ook bij geen rechter stand. Het tijdstip van de dag staat namelijk niet in de wetstekst. De wet heeft het alleen maar over de plaats. En die moet dus wel logisch zijn.

Je mag ook na zonsondergang nog gewoon in je blootje op het strand.

5) De meerderheid mag geen bezwaar hebben

In het zelfde rijtje van omstandigheden heeft de minister ook genoemd dat de meerderheid geen bezwaar mag hebben. Afgezien van de uitvoerbaarheid – mogen de blootlopers ook stemmen? – is dit een heel raar artikel. En ook dit staat niet in de wetstekst. Moet je elke nieuwe bezoeker ook weer laten stemmen? In de Delftse-Hout-case heeft de kantonrechter besloten dat 150 geklede recreanten de grens is. Daarboven mag het niet meer. Het hof heeft hier volledig de vloer mee aangeveegd.

De meerderheid heeft er niets mee te maken of jij een zwembroek aan wilt.

6) Je mag niet bloot zijn op de openbaar weg

De wet spreekt niet over de openbare weg. De wet heeft het over “op of aan voor het openbaar verkeer bestemde plaatsen”. En dat is niet perse een weg. Dat kan ook vaarwater zijn, de duinen, het strand, een weide, het bos, de hei of een park. De wet gaat ook over je eigen tuin als die aan een voor het openbare verkeer bestemde plaats ligt. Wat niet direct wil zeggen dat je in je voortuin niet naakt mag zijn. Je mag in je voortuin naakt zijn als de plaats niet ongeschikt is, waarover meer in misverstand nummer 9.

De openbare weg komt in de wet niet voor.

7) Als je zichtbaar bent vanaf de openbare weg dan mag je niet bloot

Veel mensen en organisaties halen zichtbaarheid vanaf de openbare weg erbij. Zichtbaarheid is geen enkel punt. De wet spreekt er niet over en al helemaal niet over de openbare weg. Uit recente uitspraken is ook niet gebleken dat een rechter dat punt er bij haalt. In de Delftse Hout waren mensen zeker zichtbaar vanaf openbare plaatsen, waar de wet wel over spreekt. Het hof heeft in zijn arrest niet verwezen naar zichtbaarheid.

Je mag best bloot als je zichtbaar bent als de plek is aangewezen of gewoon geschikt is of niet aan een openbaar toegankelijke plaats ligt.

8) Je gaat niet in je eentje op een naaktstrand of tussen geklede mensen

De vraag is of je in je eentje tussen geklede mensen wilt zijn, maar juridisch is daar geen enkel bezwaar tegen. Als je de plek zelf geschikt vindt, dan kun je het doen. Waarschijnlijk is het wel verstandiger om een rustiger plekje op te zoeken. Maar als het al je eigen vaste plekje was en anderen waren je net voor. Gewoon gaan zitten en vriendelijk met de mensen praten. Gaat altijd goed!

Je mag best in je eentje tussen geklede mensen, als de plek maar geschikt is.

9) Alleen aangewezen plaatsen zijn geschikt voor naaktrecreatie

Het is zeker niet zo dat alleen aangewezen plaatsen geschikt zijn. In veel gevallen heeft de rechter ook andere plaatsen geschikt verklaard. In de zaak van de Delftse Hout heeft het hof zelfs bepaald dat alle plaatsen die in beginsel geschikt zijn voor schaars geklede recreatie ook geschikt zijn voor ongeklede recreatie. Aangezien het in Nederland heel gebruikelijk is om schaars gekleed in je tuin te verblijven, ook als deze aan een voor het openbaar verkeer bestemde plaats ligt is het dus ook toegestaan om in alle gevallen naakt in je tuin te verblijven, ook als het je voortuin is.

Elke plaats waar het logisch is om schaars gekleed te verblijven is geschikt voor naaktrecreatie.

  14 comments for “9 misverstanden over artikel 430a

  1. Steve Van de Voorde
    16 juli 2014 at 08:23

    En hoe zit het met officiele natuurgebieden? Of beschermde natuurgebieden? In Galder hebben ze de Noordplas omgedoopt naar Beschermd natuurgebied terwijl hier naaktrecreatie vaak gaande was!

  2. Rob Meerwijk
    16 juli 2014 at 08:42

    Helaas, als je er helemaal niet meer mag komen, dan ook niet bloot. Maar als de politie alleen blote mensen bekeurt en geklede recreanten niet, dan lijkt me dat rechtsongelijkheid.

  3. 16 juli 2014 at 09:06

    Je bent weer goed bezig. 😀

  4. sailingmails
    16 juli 2014 at 18:10

    @Steve Van de Voorde
    De noordplas bij galder is al gesloten sinds 2009.
    De reden voor deze sluiting ( wat de gemeente goed heeft gedaan ) was omdat het tevens een homo ontmoetingsplek geworden was.
    Het is nooit een officieel naaktstrand geweest, want deze lag een stukje verderop.
    Zuidplas tegen de A58 aan ( dus vanaf de ingang 1e grasveld tot geheel achteraan daar waar het riet staat).
    De homo ontmoetingsplaats was niet de reden waarop de gemeente besloot om deze te sluiten, maar het openbare seks gebeuren waar sommige zich mee bezig hielden ( van s ‘morgens vroeg tot s’avonds laat ).
    Ook al kwamen er geen gezinnen of oudere kinderen, dit was de enige en juiste manier voor de gemeente om het te stoppen.
    Want bezoekers werden nu verwezen naar het 50 meter verderop gelegen naaktstrand.
    Homo’s waren er nog, maar lagen nu ergens ( zonder te seksen ) bij het riet, en hierdoor hadden hun een eigen plekje en was er geen overlast meer.
    Behalve dan in de nachtelijke uren of in de winter op de parkeerplaatsen aldaar.

  5. Arthur
    18 juli 2014 at 22:20

    De laatste zin van de eerste alinea betwijfel ik. De meeste mensen (naaktrecreanten incluis) zij er eerder van uit gegaan dat het dan gewoon nergens mag.

  6. Rob Meerwijk
    19 juli 2014 at 01:04

    Hoi Arthur,

    De opvatting dat als er geen naaktstrand is aangewezen, je dan een vrijbrief hebt om overal naakt te verblijven dateert uit 1986. Met name een aantal officieren van justitie dacht dat het zo zat, maar ook christelijke gemeenten langs de kust maakten zich grote zorgen.

    http://www.digibron.nl/search/detail/012e96370d10aa75142f37d2/nieuwe-wet-dwingt-gemeenten-tot-aanwijzen-naaktstranden/0
    http://www.digibron.nl/search/detail/012d9f61838f692356016734/nieuwe-wetgeving-met-betrekking-tot-ongeklede-recreatie/1
    http://www.digibron.nl/search/detail/64d996c93dc6d006337567ec02f481a5/openbaar-bestuur/6
    http://www.digibron.nl/search/detail/012e962e3bfc427848964f50/katwijk-moet-plaats-naaktstrand-aanwijzen/12

    Dit idee heeft ook bij veel blootlopers van mijn generatie postgevat en is lang blijven hangen. Zeker in de jaren 80 en 90. Pas met zaak Spong zag ik in dat dit niet zo was. En zie de reactie van Erik Baas op een tweet van mij, en wat ik hier en daar tegenkwam op fora was ik niet de enige.

    Groet,

    Rob

  7. Koen Starre
    26 november 2016 at 02:50

    Het feit, dat de grote meerderheid van de ter plaatse aanwezigen geen bezwaren moet hebben tegen ongeklede recreatie.

    Deze hoor je dus ook vaak en wordt hierboven dus ook genoemd. Waar komt het misverstand vandaan? Uit de mondelinge behandeling van het wetsvoorstel.

    Even de voorgeschiedenis:
    Medio november 1975 komt er een Nota Naaktrecreatie van het ministerie. Hierin staan o.a. de voorwaarden waaronder gemeenten plaatsen voor naaktrecreatie mogen aanwijzen.
    In de schriftelijke behandeling van het wetsvoorstel vraagt D66 aan de minister of deze nota nu ingetrokken wordt. De minister beantwoord deze vraag niet.
    Bij de mondelinge behandeling vraagt D66 aan de minister over de “geschikte plaatsen”. Nu antwoord de minister wel.
    Dat de grote meerderheid van de ter plaatse aanwezigen geen bezwaren moet hebben tegen ongeklede recreatie. Juist.
    Dat is dus de omschrijving van de bevoegdheid van de gemeenteraad. Daar gaat het over. Het gaat helemaal niet over ongeschikte plaatsen. De gemeenteraad kan alleen die plaatsen aanwijzen waar de grote meerderheid van de ter plaatse aanwezigen geen bezwaren zullen hebben tegen ongeklede recreatie. De gemeenteraad kan b.v. niet zomaar de gehele gemeente geschikt bevinden.
    Als het pijpenstelen regent is de plaats niet geschikt. Als het ijzelt ook niet. Het kan dus in de tijd variëren stelt de minister. Terecht, want anders zou zo’n regel in de verordening makkelijk sneuvelen in het toenmalige kroonberoep (nu bestuursrecht).

    Het argument van de grote meerderheid wordt dus ten onrechte keer op keer aangevoerd om zogenaamd ongeschiktheid aan te tonen. En de strafrechter laat zich niet uit over geschiktheid. Daartoe is hij niet bevoegd (dat is alleen de gemeenteraad). Hij oordeelt over de ongeschiktheid.

    Weer zo’n misverstand.

  8. Peer Wilms
    8 december 2016 at 12:52

    Blijft natuurlijk wel zo dat de eigenaar van het terrein bepaalt wat wel en wat niet mag. Als het terrein geschikt is, maar de eigenaar wil het niet hebben, dan mag je er niet naakt vertoeven lijkt me.
    Vraag is dan wat de status is van natuurterreinen en recreatieplassen is. Is dan het criterium of het terrein eigendom is van een overheid (gemeente, recreatieschap, staat etc)?

  9. Rob Meerwijk
    8 december 2016 at 13:26

    Beste Peer,

    Ik ben geen jurist, maar het criterium, is “op of aan een voor het openbaar verkeer bestemde plaats”. Als het betreffende terrein bestemd is voor openbaar verkeer, dan maakt het niet uit of de eigenaar het ziet zitten of niet. Het zou misschien wel zo kunnen zijn dat een verbod door de eigenaar een plaats minder geschikt maakt. Zie ook de reactie van Koen Starre op https://www.meerwijk.frl/artikel-430a-nog-een-keer-uitgelegd/

  10. Peer Wilms
    8 december 2016 at 14:13

    Hallo Rob,
    Ik bedoel dat een eigenaar van een terrein kan verbieden dat mensen op zijn/haar terrein naakt zijn. Dus ik bepaal of iemand in mijn tuin naakt mag zijn (of moet zijn). Alleen, als iemand zich dan niet aan mijn voorwaarden houdt dan is het geen overtreding van art 430a. Wel van art 461 (verboden voor onbevoegden). Dat geldt niet alleen voor mijn tuin, maar ook voor mijn weilanden en stukjes bos (klinkt groter dan het is), mits ‘bezoeker’ redelijkerwijs kan weten dat hij zich op mijn terrein bevindt en dat ik voorwaarden stel aan zijn/haar verblijf op mijn terrein.
    De kern is dat je niet alleen te maken hebt met art 430a, maar soms (ook) met art 461. Wat ik me dan afvraag is of ook overheden hiervan gebruik kunnen maken voor publieke terreinen. Dus een bord plaatsen “Alleen toegang indien gekleed, anders verboden toegang” en zo art 430a omzeilen. Dan zou bijvoorbeeld een recreatieschap bij een zwemplas zo’n bord kunnen plaatsen en naaktrecreatie (geheel, of alleen ’s winters of ’s nachts) kunnen verbieden, en doet art 430a daar niet meer ter zake.
    Maar ik ben ook geen jurist…

  11. Rob Meerwijk
    8 december 2016 at 14:46

    Beste Peer,

    Dat wordt wel heel theoretisch. Allereerst, jouw tuin is niet voor het openbaar verkeer bestemd. Dus daar kun je inderdaad als eigenaar mensen de toegang ontzeggen op elke grond die je maar wilt. Maar ik vermoed, dat als een terrein voor het openbaar verkeer bestemd is, je iemand niet zomaar kunt verwijderen, privé-eigendom of niet. Daar heb je goede gronden voor nodig. Misdragingen kunnen zo’n grond zijn, zoals vernielingen, diefstal en dergelijke. Maar of naaktrecreatie daar ook onder valt. Lijkt mij niet, als een plek ten minste geschikt is, zie vooral ook de reactie van Koen Starre. Ik ben benieuwd wat dit bijvoorbeeld zou betekenen voor een openbaar zwembad. Zouden huisregels je daar kunnen verbieden om ongekleed te zwemmen. Of geldt hier ook gewoon artikel 430a-SR? Misschien een ideetje voor een proefproces?

  12. Peer Wilms
    9 december 2016 at 10:45

    Hallo Rob,
    Ik heb het idee dat we wat langs elkaar heenpraten. Ik zal proberen wat duidelijker te zijn.
    Hier krijg ik een beetje de indruk dat je niet snel art 430a overtreedt en dat je dus bijna overal ongekleed kunt vertoeven. En dat is m.i. te kort door de bocht.
    De kern is dat je naar mijn idee niet alleen te maken hebt met art 430a, maar ook met andere bepalingen waaronder art 461. En mijn daaruit voortvloeiende vraag is of een gemeente of recreatieschap daar ook gebruik van kan maken. Dat zou nogal wat betekenen.

    Wat achtergrond: art 430a gaat over het ongekleed zijn op al dan niet geschikte plaatsen. Naast een aantal evident ongeschikte plekken zijn er maar weinig plekken niet geschikt, zo blijkt.

    Art 461 gaat over de toegang tot andermans grond. Je mag zonder ertoe gerechtigd te zijn andermans grond niet betreden. Vereiste is dat je dat wel redelijkerwijs moet kunnen weten dat je niet gerechtigd bent. Dat is het geval als er een bordje verboden toegang staat, of een hek eromheen, etc, maar ook door een mondelinge kennisgeving door/namens de rechthebbende. Verder kan een eventueel recht van betreding onmiddellijk worden ingetrokken. (Dit biedt vergaande mogelijkheden, maar dat voert nu te ver).
    De rechthebbende (veelal eigenaar) van de grond kan voorwaarden verbinden aan het verlenen van toegang. Bijvoorbeeld alleen toegankelijk op bepaalde tijden, alleen op wegen en paden, geen honden etc.
    Alleen in bijzondere gevallen is particuliere grond voor openbaar verkeer bestemd. Bijvoorbeeld een weg over je terrein die al jaren onafgebroken toegankelijk is. Verder bepaal je zelf of je terrein openbaar toegankelijk is.

    Ik kan dus op grond van art 461 in mijn bos iedereen de toegang ontzeggen. Ik kan ook toestemming verlenen tot betreden, mits gekleed of (waarschijnlijker…) juist ongekleed. Iemand die zich dan niet aan mijn voorwaarden houdt is in overtreding. Niet van art 430a, maar art 461.
    Evenzo als ik ergens discreet ongekleed op een heideveld ga liggen overtreed ik niet art 430a, immers de plek is niet ongeschikt. Toch krijg ik een bekeuring van de boswachter, omdat ik volgens de voorwaarden van de eigenaar van het heideveld alleen op paden en wegen mag verkeren. Ik overtreed dan art 461.

    Qua boetes maakt het niet uit, beide zijn boetes van de eerste categorie. Alleen de politie komt niet als je ze belt dat iemand zich wederrechtelijk op je land bevindt. Waarschijnlijk wel als je meldt dat er een blote man door het bos loopt.

    Het lijkt me handig hiervan wel bewust te zijn als je ooit in een discussie verzeild raakt met een agent/boswachter die jou wil bekeuren.

    Wat ik mij nu afvraag is of overheden op dezelfde manier gebruik kunnen maken van art 461. Dat zou kunnen betekenen dat ze een alternatieve manier hebben om ongeklede recreatie tegen te gaan. Bijvoorbeeld als de gemeente Delft eigenaar zou zijn van de Delftse Hout, kunnen ze dan ook art 461 gebruiken om hun zin te krijgen?
    Zo is in mijn omgeving een recreatieplas na zonsondergang niet toegankelijk (zowel het naaktstrand als het textielstrand). Ook hier: als je ’s nachts ongekleed wordt aangetroffen is het geen overtreding van art 430a, maar van 461. Dan ben je nog steeds de Sjaak.

    En volgens mij kan een zwembad alle huisregels hanteren die ze zelf willen.

  13. Rob Meerwijk
    9 december 2016 at 11:15

    Ik denk dat we niet langs elkaar heen praten. Ik had je begrepen, maar toch dank voor de uitgebreide uitleg. Mijn punt is dat artikel 461 alleen van toepassing is als het duidelijk is dat een terrein niet betreden mag worden zonder toestemming. Voor een heldere uitleg: http://www.om.nl/vaste-onderdelen/zoeken/@54267/huisvredebreuk/. Sommige eigenaren hebben hun grond wel degelijk voor het openbaar verkeer bestemd en maken dat ook kenbaar. Denk inderdaad bijvoorbeeld aan openbaar toegankelijke recreatieterreinen, parken en bossen. Het is dan duidelijk dat hier geen toegangsverbod geldt. Vervolgens kun je als eigenaar waarschijnlijk best individuele personen de toegang ontzeggen als ze zich niet aan de regels houden met artikel 461 in je achterzak. Dan gaat het er inderdaad om dat je netjes op de paden blijft, en dergelijke. De regels die je opstelt mogen echter niet in strijd zijn met de wet. Dat is bijvoorbeeld gebeurd in Spaarnwoude. Omdat in de verordening van de gemeente stond dat er buiten het aangewezen terrein geen naaktrecreatie was toegestaan, heeft de rechter het hele artikel onwettig verklaard en is de naaktrecreant vrijgesproken. Dat zal in dit gedachtenexperiment ongetwijfeld ook gebeuren. Als je bekeurd wordt op grond van artikel 461 omdat je naakt recreëert tegen de huisregels in, dan kan dat niet omdat de huisregels onwettig zijn. We hebben namelijk artikel 430a die naaktrecreatie uitputtend en landelijk regelt.

    De relevante tekst uit de uitspraak van de rechter in het geval Spaarnewoude:

    In artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht is evenwel bepaald dat naakt recreëren buiten een door de gemeenteraad aangewezen terrein voor naaktrecreatie alleen strafbaar is indien de betreffende voor het openbaar verkeer bestemde plaats voor ongeklede recreatie niet geschikt is. Uit HR 24 november 1998, NJ 1999, 140 volgt dat dit artikel beoogt een landelijke en uitputtende regeling te geven. Artikel 2.8 van de algemene verordening recreatie Spaarnwoude dat naaktrecreatie strafbaar maakt buiten de door het bestuur als naaktrecreatieterrein aangeduide gebieden, ongeacht of die niet aangewezen gebieden nu wel of niet geschikt zijn voor naaktrecreatie, is derhalve in strijd met artikel 430a van het Wetboek van Strafrecht. Deze omstandigheid moet naar het oordeel van de kantonrechter leiden tot vrijspraak.

    Helaas is de uitspraak van de Hoge Raad uit 1998/99 waaraan wordt gerefereerd niet online gepubliceerd. Op bladzijde 65 van “Inleiding in het Nederlands Recht”, van Mr. J.W.P Verheugt, 12e druk van Boom Uitgevers vind je wel een verwijzing naar de uitspraak van de Hoge Raad. Er staat: “Verordeningen van lagere overheden … kunnen niet in stand blijven als … een hogere regeling in hetzelfde onderwerp voorziet.”

  14. Rob Meerwijk
    9 december 2016 at 14:33

    De hoge raad heeft zich ook nog uitgelaten over het begrip “voor het openbaar verkeer bestemd”. Dit is na te lezen in deze uitspraak in een zedenzaak in Amsterdam. Daar staat onder andere: “Hieruit maak ik op dat een plaats voor het openbaar verkeer bestemd iets anders is dan een vrij toegankelijke plaats. Het heffen van entreegelden brengt niet met zich dat een plaats niet langer voor het openbaar verkeer bestemd is. Openbaar is hier kennelijk gebruikt als tegenstelling tot besloten (HR 2 maart 1993, NJ 1993, 675 rov. 9.1.1. en 9.1.2.).” Volgens dit oordeel van de hoge raad is een zwembad dus wel degelijk voor het openbaar verkeer bestemd. En als het zwembad dan wordt beheerd door een lagere overheid, zoals bijvoorbeeld een gemeentelijk zwembad, dan kan men naakt zwemmen waarschijnlijk niet verbieden. Het is dan nog wel de vraag of het zwembad geschikt is. Het hof vond in eerste instantie in de zaak van de Delftse Hout van wel, want elke plek waar schaars geklede recreatie geaccepteerd is, is geschikt. We moeten nog wel even de nieuwe uitspraak in januari afwachten of dit stand houdt.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: