Wereldreis deel 7 – Bigi Pan en Maratakarivier

Na een nachtje in De Kleine Historie begon ik aan mijn eerste trip, met dank aan Hélène van Suriname Holidays, die mijn wensen vertaald heeft in een geweldig programma. Ik werd opgehaald door Eric Gummels die na zijn pensioen als vliegenier bij de Sky Farmers aan een tweede carrière als gastheer en als gids is begonnen. We waren met drie gasten. In de auto maakte ik kennis met mijn medereizigers Peter en Gerda. Het was een lange reis van Paramaribo naar Bigi Pan. Gelukkig is Eric een uitstekend verteller. We weten nu alles van de geschiedenis van de Boeroes in Suriname. En we zijn onderweg ook nog gestopt op het vliegveld van Sky Farmers om meer te leren over de rijstteelt in Wageningen. De rol van de vliegtuigen bij het zaaien is heel bijzonder. We hebben ook een paar prachtige oude plantagewoningen gezien. En we kregen een voorproefje van de kennis die Eric heeft van eetbare of geneeskrachtige planten en vruchten.

Bij de Nickerierivier aangekomen moesten we heel even op Sergio en zijn mannen van Albatros Tours wachten, maar dat was geen probleem, want het was een heerlijke plek aan het water. We konden instappen in de korjaal die ons naar het moerasgebied Bigi Pan zou brengen. Onze gidsen wisten heel veel van de vogels in het moerasgebied, dat is ongelooflijk. Bovendien waren ze aanstekelijk enthousiast, en onvermoeibaar in het aanwijzen van moerasbuizerds, slakkenwouwen, jacana’s en zo verder. We zijn ook even gestopt bij een Amerikaanse Oehoe. Wat een enorm beest is dat. Het mooie van Sergio is, dat hij in tegenstelling tot de andere gidsen respectvol afstand houdt tot de waadvogels. De concurrenten kwamen veel te dicht bij de flamingo’s en de kluten. Sergio heeft geen vogel op laten vliegen. Dus iedereen die dit leest: kies Albatros Tours. Het eten was bijzonder goed, voorbereid door Tante Gerda, maar ter plaatse in de lodge afgemaakt. Bij zonsopkomst heb ik wel een uur naar de vissende pelikanen gekeken. Na nog een ochtend vogels kijken, zijn we weer naar de vaste wal gebracht voor de volgende tropische verrassing.

Eric stond op de oever klaar om ons naar Wageningen te brengen, waar we aan boord zouden gaan van de korjaal van Eric. We zouden een nacht doorbrengen aan de Maratakarivier in het kamp dat Eric daar heeft aangelegd. Het was heel grappig, dat Peter, Gerda en ik met alle drie toch tenminste diploma B een reddingsvest aanmoesten, terwijl de drie Surinamers die alle drie niet of nauwelijks konden zwemmen zonder vestje mochten. Dat zijn de regels van de Marine Autoriteit Suriname. Bij aankomst in het kampje werd ons op het hart gedrukt om uit te kijken voor slangen en uit het hoge gras te blijven. We mochten wel zwemmen vanaf het ponton dat Eric in de rivier had gelegd. De rivier was zwart als koffie, maar volgens Eric was het water wel drinkbaar. Het is een van de weinige rivieren in Suriname die niet door de goud- en aluminiumwinning zijn vervuild. We moesten wel achter de lijntjes blijven, want de rivier was wel 18 meter diep. Dat ik op de oceaan in 4 kilometer diep water had gezwommen, kon Eric niet vermurwen. We waren ruim 75 kilometer stroomopwaarts, maar er was nog steeds ongeveer 1 meter getij. We hebben met een gids een prachtige wandeling door het oerwoud gemaakt. Eric kon fantastisch vertellen over allerlei bomen en planten, en dan vooral hoe ze gebruikt worden. We hebben ook een nagenoeg verlaten indianendorp genaamd Cupido bezocht. De paar bewoners die er nog woonden leefden van de illegale handel in Ara’s. Ze hadden er een paar in kooien. Het deed wel pijn om die prachtige vogels in gevangenschap te zien. Bij het ontbijt zagen we vanaf de ponton op enige afstand een zeekoe, ofwel lamantijn. Toen we die middag terugvoeren werd het me duidelijk waarom deze periode de kleine regentijd werd genoemd. Ondanks het dakje op de korjaal hield ik het niet droog.

Geef een reactie