Wereldreis deel 8 – Fietstocht langs plantages

Ik had Hélène van Suriname Holidays verteld dat ik ook meer over het slavernijverleden van Nederland in Suriname wilde meemaken. Daarvoor had ze voor mij een fietstocht langs de Commewijne gearrangeerd. Ik huurde een fiets in Paramaribo. Ik had eerder al een routebeschrijving ontvangen. Ik vond het wel spannend om op eigen houtje Paramaribo te verlaten, maar met de papieren gids moest het wel gaan lukken. Het was drukkend en warm. Niet echt weer om je in te spannen! Ik verliet Paramaribo in noordoostelijke richting om bij het veer van Leonsberg over te steken naar Fort Nieuw Amsterdam. De veerboot was een korjaal, die mij vlot met fiets en al voor de vastgestelde prijs naar de overzijde bracht. Volgens de routebeschrijving zou ik in Nieuw Amsterdam in één van de warungs eten kunnen krijgen. Helaas bleken alle warungs gesloten. En in de Chinese supermarkt kwam ik ook niet ver. Ik heb een zak cassavechips gekocht, dat is ook behoorlijk voedzaam. In Fort Nieuw Amsterdam is een museum gevestigd met uitgebreide informatie over de slavernij. Je weet het allemaal wel, maar toch is het heel heftig om het zo bij elkaar te zien.

Iets ten oosten van Nieuw Amsterdam vertrekt de veerdienst naar Rust en Werk, een voormalige plantage op de noordoever van de Commewijnerivier. De veerman wilde mij verschrikkelijk afzetten. Hij vroeg 100SRD voor de overtocht. Dat was een stuk meer dan in de gids stond. Hij had me wel klem want er waren bij deze veersteiger geen concurrenten. En hij zei dat hij van zijn baas zoveel moest vragen. Uiteindelijk kwam ik op 50SRD uit. Nog steeds ongeveer 3 keer te veel, maar goed. Had die man ook een goede dag. De korjaal bracht me naar Rust en Werk, nu een vriendelijk dorpje. Ik was inmiddels al wat aan de late kant, en ik had geen idee hoe ver het nog was naar mijn doel van die avond. Ik besloot dus om Rust en Werk niet echt te bekijken, maar gewoon door te fietsen over het modderpad. In de drukkende warmte was dat een behoorlijke inspanning. Af en toe werd ik door een brommertje ingehaald. Of er stonden mensen langs de weg die me vriendelijke groetten. Ik heb een Capibari gezien vooral ook heel veel enorme hagedissen die op een holletje het struweel in schoten. En er waren natuurlijk ook veel vogels waarvan ik sommige wat begon te herkennen. Maar het is allemaal zo anders dan bij ons, dat dat niet meevalt. Ik ben de voormalige plantages Johanna Margaretha en Frederiksoord ook voorbij gefietst. Johanna Margaretha zou ik ’s avonds nog bezoeken, en Frederiksoord vond ik niet interessant, want dat is omgetoverd in een toeristenoord. Toen ik bij mijn doel van die nacht aankwam, de plantage Mariënbosch, werd ik enthousiast ontvangen door mijnheer Saoed Abdoelrahman en zijn Amsterdamse oom. De familie had de plantage in de jaren 70 van de 20e eeuw in verwaarloosde staat gekocht. Mijnheer Saoed en zijn oom hebben de planterswoning met eigen handen weer in ere hersteld. Ik heb enthousiast uitleg gekregen over de geschiedenis onder het genot van een koud biertje.

’s Avonds ben ik achterop een hotsebotsbrommer over het zandweggetje naar Johanna Margareta gebracht voor een tocht door de zwamp. Ik werd afgezet bij een uitwaterend kanaaltje. En aan het einde van het kanaal zag ik tot mijn grote verrassing de Lotta varen, het schip dat mij naar Suriname had gebracht, ongeveer 50 kilometer van de plek waar ik ontscheept was. Wat een enorm toeval! De afstand van ongeveer 500m was helaas te groot om ze aan te roepen. Ik werd opgepikt door een korjaal bestuurd door een jongen die me met een noodgang de zwamp invoer. Het was al bijna donker. Afgezien van de kaaimannen en de palmbomen zou ik kunnen zweren dat dit de Loosdrechtse Plassen waren. De gids ving voor mij een kaaiman. Ik zei nog dat dat niet nodig was, ik kon ze zo wel zien. Ik wilde ook niet aaien. De gids moest lachen, want hij dacht dat ik bang was. Laat maar denken. Ik vind gewoon dat we die beesten met rust moeten laten. Ik begreep ook wel, dat de kaaiman werd teruggezet, omdat ik er bij was. Zonder mij zou de kaaiman geslacht en opgegeten worden. Maar dat schrikt toeristen af. We hebben nog wel een netje gelicht waar een grote vis in zat. Op de terugweg speerden we vlotjes tussen de grote vleermuizen door die ons steeds op het laatste nippertje ontweken. Ik werd afgezet bij een mevrouw die voor mij gekookt had. Vis uiteraard. Vegetarisch eten is in Suriname niet voorhanden. Geen vlees lukt net. Toen ik zat eten voor het huis aan het water onder de TL-balken werd ik belaagd door enorme torren die tegen de TL-lampen aanvlogen en daarna op mijn bord vielen. Toen de mevrouw dat hoorde, kwam ze snel de lichten doven. Toen kon ik dus niet meer zien of ik torren naar binnen werkte. Het eten kraakte niet, dus het is vast goed gegaan.

Slapen op Mariënbosch was een enorme beleving. Ik had een prachtige kamer gekregen. De volgende morgen na het ontbijt had ik tijd om de plantage op te wandelen. Eerst ben ik in de richting van de rivier Commewijne gewandeld langs het uitwateringskanaal van de plantage. Dat kanaal was ongeveer 800 meter lang. Aan het einde van kanaal lag de Lotta voor anker, zag ik op Vesselfinder. Toen ik ongeveer 100 meter onderweg was door het kniehoge gras bedacht ik ineens dat daar levensgevaarlijke slangen leefden, en dat er aan deze kant van de rivier nauwelijks medische voorzieningen waren, en dat ik slechts op sandalen liep. Tijd om snel om te keren. Ik zie Lotta wel weer in 2022… Oom was gaan vissen. Ik wilde kijken of ik hem ergens kon vinden. Daarvoor moest ik de plantage op. Dat ging goed, want daar was het gras wel gemaaid. Ik heb Oom niet gevonden, maar wel lekker gewandeld. Tegen de middag was het tijd om naar Sutopia in Meerzorg te fietsen. Voor de overtocht over de Commewijnerivier betaalde ik dit keer een normaal tarief. De veerman weigerde zelfs een fooi.

De rest van de fietstocht was eigenlijk oninteressant over best wel drukke en rechte wegen. Ik was blij dat ik in Meerzorg aankwam. Ik kon Sutopia zo snel niet vinden, want google is in Suriname echt veel minder nauwkeurig in de plaatsbepaling van bedrijven dan in Nederland. Maar toen ik er was werd ik hartelijk ontvangen door Jenny uit Amsterdam, die later die dag nog heerlijk voor me gekookt heeft. Ik heb in Suriname niet beter gegeten dan bij Jenny. Zij heeft samen met haar man Marcel dit luxe resort aan de Suriname rivier opgericht. Ze kunnen hier met recht trots op zijn. Dit is de enige luxe verblijfplaats van mijn hele reis! Daar ga ik van genieten… Marcel is naast het mede runnen van Sutopia ook heel druk met het ontwikkelen van de plantage Peperpot. Toen ik Jenny vertelde dat ik eigenlijk wat weinig had meegekregen over het slavernijverleden bood ze me aan om de dag erna nog langs de plantages Katwijk en Mariënburg te rijden met de auto. Ik was er op de fiets vlak langs gekomen, maar geen tijd gehad om ze te bezoeken. Katwijk bleek nog in bedrijf en ook weer in opbouw te zijn als kleinschalige koffieplantage. Mooi om te zien. Op Mariënburg is nog het meeste van het verleden terug te vinden. Ik ben daar rondgeleid door een man die nog op de plantage heeft gewerkt in de periode rond en na de onafhankelijkheid. Hij heeft als afstammeling van de Javaanse contractarbeiders verteld over de teloorgang van de plantage na de onafhankelijkheid door plundering, diefstal, corruptie en gebrek aan onderhoud. Hij vertelde ook over de opstand van de contractarbeiders in 1902, waarbij veel mensen gedood zijn. Nog altijd is niet bekend waar ze begraven zijn. Over de slaventijd wil echter bijna niemand praten. Met veel dank aan Jenny voor deze privétour!

Bij het afscheid nodigden Marcel en Jenny me uit om 2 weken later samen kerst te vieren. Superleuk! ’s Middags ben ik weer op de fiets gestapt. Ik was op zoek naar de steiger waar de korjalen naar Paramaribo vertrokken. Kennelijk heb ik een afslag gemist want ineens zat ik op oprit naar de Jules Wijdenboschbrug. De brug is 52 meter hoog, best steil en ook best smal. En heel druk. Er werd veel naar me getoeterd, gelachen, maar ook wel geroepen. Later hoorde ik dat de brug verboden is voor fietsers. Omhoog klimmen was nog niet het moeilijkste, naar beneden was lastig. Het bleek dat de remmen van mijn fiets niet helemaal berekend waren op de helling. Dat was wel spannend. Ik was blij om weer in Paramaribo te zijn, ondanks de smog.

Geef een reactie