Op 11 oktober 2020 zag ik in het nieuws dat het apostolisch genootschap excuses aanbod aan ex-leden. En eerst vond ik dat wel grappig. Ik was immers een ex-lid. En aan mij waren nog nooit excuses aangeboden via de landelijke media. Ik moest hier wel om glimlachen. Nieuwsgierig geworden, keek ik wat er aan de hand was. Het werd me al snel duidelijk dat dit toch serieus was. Ik heb de sites van de schrijfster Renske Doorenspleet en van apostelkinderen.nl doorgespit. Renske had alles in gang gezet door als eerste zo uitgebreid over haar jeugd bij het apgen te schrijven in het boek Apostelkind. Het doorspitten heeft me mijn hele zondag gekost. Alle herinneringen kwamen weer boven. Ik heb een periode 18 jaar gevangenschap in een sekte 40 jaar lang weggestopt in een doosje. Ik heb natuurlijk direct het boek Apostelkind besteld. Dat kwam maandagmiddag al. Ik heb het letterlijk in één ruk uitgelezen.

Renske Doorenspleet toont overtuigend aan dat het apostolisch genootschap een sekte was met een kwaadaardig programma om maximale invloed uit te oefenen op haar leden. Het boek heeft diverse lovende recensies gekregen, waaronder in Trouw, NRC, De Groene Amsterdammer en Volkskrant.

Tantes hadden de kaft van het kinderliedboek geborduurd

Ik herkende elke alinea. Ik herkende de schaamte. Je vertelt je vriendjes niet over de kerk die geen kerk is maar een werk. En dat we niet in god geloofden maar in de man gods, die als apostel Slok in ons leven was. En dat we die onze lieve oom apostel noemden. En dat we zo graag een lichtje wilde zijn, dat altijd maar weer schijnen zou, voor ieder groot en klein. En dat die foto die bij ons op het dressoir stond een soort oom was. Maar dat je niet uit kon leggen dat diezelfde oom ook bij andere vriendjes in de klas op het dressoir stond, en dat die vriendjes toch geen neefjes van me waren. En dat je in je zondagse goed over straat moest naar de jeugdkring, of de koorrepetities. En dat je dan probeerde om je voetballende klasgenootjes te omzeilen, zodat je niet hoefde uit te leggen waar je heen ging. Ik herkende de druk. Dat je niemand verdriet wilde doen. En dat je dus maar gewoon bleef gaan, ook als je liever met je vriendjes wilde voetballen. Of als je eigenlijk had willen zien wie er bij top-pop op 1 stond. En dat je almaar verbeterd werd, en terechtgewezen, ook waar je vriendjes bij waren. Dat het nooit goed genoeg was. En dat mensen die naast het potje piesten publiekelijk werden aangesproken voor meer dan 500 man. Dat je geen lang haar mocht, terwijl de hele klas lang haar had. En dat het inprenten en inpraten nooit stopte, nooit.

Vanaf mijn 15e kwam ik in opstand. Ik wilde niet meer. Ik was links en progressief, vrijheidslievend en ook toen al blootloper. Maar je kon echt niet zo maar weg. Mijn ouders hadden mij aan de apostel weggegeven, “eigenen” heette dat. En daarbij hadden ze plechtig beloofd mij tot mijn 18e in het werk op te voeden. Wat had ik een spijt dat ik 4 jaar daarvoor, toen mijn ouders vanwege de steeds strakkere regels weg wilden, gehuild heb totdat mijn vader en moeder beloofden dat ze zouden blijven. Ik kon me toen ik 11 was geen leven zonder de apostel voorstellen. Ik dacht dat we letterlijk niet zonder apostel zouden kunnen leven. Ik heb continue dwars gelegen op elke jeugdkringbijeenkomst. Het was klieren voor en klieren na. Niet dat het hielp. Ik had een paar makkers in de strijd; we hadden een clubje van 4. Dat maakte het wel makkelijker. Zonder die steun had ik waarschijnlijk mijn mond gehouden voor de lieve vrede thuis. Mijn ouders werden namelijk geregeld aangesproken op mijn verzet. Sommige van mijn makkers werden dan thuis zo hard aangepakt dat ze voortaan of in ieder geval voorlopig wel even hun eigenwijze waffel hielden.

De grootste weerzin heb ik gevoeld toen blijkbaar een paar jeugdkringleden van de lichting net boven mij met elkaar gezoend hadden. Daar kregen we op de jeugdkring een misselijkmakend verslag van, waarbij met name de meisjes van ons jaar duidelijk werd gemaakt dat niemand met een “afgelikte kip” (letterlijke woorden) zou willen trouwen. Dat vond ik zo minderwaardig. Ik ben daar heel boos over geweest. Maar thuis besprak ik dat niet.

Mijn grootste overwinning vierde ik toen ik als bezoeker met een paar vrienden naar het naaktstrand van Maarsseveen ging. Ik was toen waarschijnlijk net 17. Bij de opgang stond een dienende broeder, tevens leider van de jeugdkring, te gluren. Toen hij mij langs zag komen lopen schrok hij zichtbaar. En stotterend zei hij: “Mooi weer, zo te zien…” en hij maakte zich snel uit de voeten. Vanaf dat moment had deze man in ieder geval geen macht meer over mij. Ik wist iets van hem en hij schaamde zich kennelijk. De rollen waren omgedraaid! Voor mij was dit een bevrijdend moment. De hypocrisie werd duidelijk zichtbaar en aantoonbaar. En eindelijk kon ik me in mijn blote en zelfverkozen vrijheid moreel superieur voelen. Dit is voor mij een keerpunt geworden. En nu schiet me ook die keer te binnen dat ik naar de Doelen ging voor een ontmoeting met De Grote Slok, zoals wij hem noemden. De Doelen heb ik niet van binnen gezien. We hebben ergens in Rotterdam hasjcake gescoord en een geweldige middag gehad. Dat kon ik in ieder geval bij thuiskomst aan mijn ouders bevestigen.

Het uitschrijven op mijn 18e ging natuurlijk niet vanzelf. Daarvoor moest ik nog eerst persoonlijk bij de oudste langs om de stap lekker lastig te maken. Één poging deden ze daarna nog. Toen ik in Enschede studeerde zat er in één van de eerste weken na college een mij onbekend jeugdkringlid ongevraagd op mijn kamer op mij te wachten. Die heb ik met een paar luide vloeken het bos in gestuurd.

Ik vind het nog steeds lastig om over deze donkere en verborgen zijde van mijn jeugd te praten. Ik merk ook dat ik nog steeds 40 jaar later loyaliteit voel en de neiging heb om mijn ouders en het genootschap (bewust geen hoofdletter) te verdedigen. Dat maakt alles al gauw wollig en intern tegenstrijdig. Misschien moet ik gewoon een keer heel kwaad worden of zo. Tot nu heb ik dit rare deel van mijn geschiedenis als een nare droom ervaren, alsof het nooit echt gebeurd is. Ik denk dat ik het eigenlijk het liefste gewoon had willen vergeten. Alleen tijdens uitvaarten word ik er nog wreed aan herinnerd door voorgangers (tegenwoordig meestal vrouw) met het bekende jargon (nog steeds) en door bejaardenkoren die de bekende liederen luidkeels kraaien. Maar onderhuids broeit het door, als een veenbrand.

Excuses van de bestuursvoorzitter van het ApGen. Vermoedelijk is bestuursvoorzitter gewoon een eufemisme voor apostel en moeten we dientengevolge gaan spreken van Bestuursvoorzitterlijk Genootschap af te korten tot BesGen.

En ik heb goed nieuws voor het apgen. Het domein besgen.nl is nog beschikbaar!

Ik heb tot op heden altijd een soort vaag bewustzijn gehad dat ik door mijn apostolische opvoeding een beter mens ben geworden dan ik zou zijn geweest als ik in het ‘duister’ had moeten opgroeien. Dat is blijkbaar een heel hardnekkig gevoel. Wonderlijk hoe dat werkt. Ik vermoed dat ik toch iets actiever over deze achteraf toch niet zo verlichte episode moet gaan nadenken. Ik heb in ieder geval in de laatste paar weken wel ontdekt dat ik in mijn jeugd behoorlijk wat ongewenste eigenschappen heb ontwikkeld of versterkt waar ik in mijn latere leven heel veel last van heb gehad. In die zin hebben ze niet alleen mijn halve jeugd gejat.

Je zou kunnen denken, dat het apgen zoals men het genootschap sinds 2002 noemt, de goede kant op gaat. Nou, dat lijkt mij dus sterk. Ze verkondigen wel steeds dat alles veranderd is, maar daar geloof ik helemaal niks van. Er is nog steeds geen enkele openheid. Alles over het verleden vóór 2002 wordt sowieso met de mantel der liefde bedekt. De geschiedenis is herschreven. Er wordt in de media in alle toonaarden ontkend dat er seksueel misbruik is geweest terwijl de getuigenissen duidelijk zijn. Het zuiveringsproces, ook wel pleonastisch “dialooggesprekken” genoemd, is gevoerd door mensen die aantoonbaar verbonden zijn met het apostolisch genootschap. Met het halve miljard dat ze op de bank hebben staan voeren ze een effectieve marketingcampagne via diverse merken. Het doel van die merken is om zieltjes te winnen. Hierover zijn meerdere opmerkingen te vinden in een verslag dat terug te vinden is op de site van de van Oosbreestichting, één van de merken. De andere merken zijn onder andere iederal waar onverdachte sprekers optreden voor een nietsvermoedend publiek, VANDAAG magazine en IDZO.

Vraag: Wordt gepoogd vroegere leden terug te winnen?
Antwoord: Het zat in de opdracht aan de werkgroep Groei om aan te geven hoe dit zou kunnen. Vroegere leden zijn een belangrijke groep. Hier wordt nu hard aan gewerkt door de werkgroep Marketing en communicatie. Deze zal een notitie uitbrengen hoe dit het beste kan worden aangepakt.

Vraag: Schrikken nieuwkomers niet als ze eerst met het ApGen kennis maken via een andere activiteit en dan in een eredienst komen?
Antwoord: Ik hoop van niet. Beide vormen moeten wel dezelfde gezindheid en boodschap uitstralen.

Bron: https://www.vanoosbreestichting.nl/contentassets/482f0f0ebc794c61bd19de3cce28ee6f/15-5-verslag-linkedin-bijeenkomst-2.pdf

Het apgen heeft bovendien nog steeds een opvoedingsprogramma voor de jeugd, dat jeugdverzorging wordt genoemd. Dat ziet er iets vriendelijker uit dan het indoctrinatieprogramma dat wij apostelkinderen van na de tweede wereldoorlog hebben doorgemaakt. Maar in de aanwijzingen voor de verzorgers die on line te vinden zijn, kun je nog steeds gewoon onderstaande zin vinden.

Kun je altijd van jezelf verlangen om liefdevol en respectvol te zijn? Het begint met een verlangen. En bij het voor jezelf bepalen wat voor jou vol is. Wanneer je omkijkt, zul je zien dat de momenten die je het meest koestert die zijn geweest waarin je de liefde hebt ervaren of hebt doen ervaren. Mijn innerlijke opdracht is: God telkens als liefdemacht zichtbaar te doen zijn, in en uit mij. Ik ervaar dit ook uit u, uit jou. Daarmee komt God in mensen nabij. Liefhebben komt van binnenuit en is daarom een innerlijke opdracht. Zo werken we aanstekelijk.

bron: https://www.apgen.nl/globalassets/documenten/themabladen/wakker-worden/themablad—wakker-worden.pdf

Niks veranderd dus. Iedere ex-BesGen’er van mijn generatie gruwt van dit jargon. En hier worden de kinderen van nu mee belast.

Voor wie denkt dat de Apostelkinderen van mijn generatie overdrijven hieronder wat liedjes uit het kinderliedboek. We zongen dat vanaf een jaar of 9.