Wereldreis deel 6 – Aankomst in Suriname

Simon had al gezegd dat het lang zou duren om de rivier op te zeilen, en dat we dat niet in één tij zouden kunnen halen. Eigenwijs als ik ben, kon ik me dat niet voorstellen. We zouden toch vast wel ergens voor Domburg een aanlegplaats vinden. Maar de online pilots en de schipper hadden gelijk, nergens een plekje. Alleen voor vissersschepen. De korjalen die gebruikt worden als veerboot liggen gewoon de oever opgetrokken. Dat is voor Lotta geen optie. En ankeren op de rivier was volgens diezelfde pilots ook niet goed mogelijk. Best gek, na ruim 3 weken op zee zie je overal om je heen land maar dan moet je toch nog een hele dag doorvaren voor je ergens aan land kunt. Bij het binnenvaren hebben we een paar keer geprobeerd om via de marifoon contact te leggen met de Marine Autoriteit Suriname. Dat lukte niet. Volgens de pilots was dat de gangbare procedure. Geen enkel zeiljacht krijgt ooit antwoord van de MAS.

Het was wel magisch om overal weer mensen te zien en schepen. De tocht voerde ons langs Fort Nieuw-Amsterdam en Fort Zeelandia, historisch beladen plaatsen die ik later nog zou bezoeken. De vissersschepen waren enorm roestig, maar dat leek geen probleem te zijn. Ter hoogte van Paramaribo lag er een half gezonken wrak midden in de stroom. Het is de Goslar die door de Duitsers in 1940 tot zinken is gebracht, vlak voor ze door de Hollanders geïnterneerd werden. Even verderop voeren we onder de gigantisch hoge Jules Wijdenboschbrug door.

Het was donker toen we eindelijk in Domburg aankwamen. Er waren nog meer dan voldoende moorings vrij. We lagen nog best een eindje uit de wal, en vanwege de duisternis  besloten we aan boord te blijven tot de volgende ochtend. Op de wal was op het pleintje bij de rivier een feestje aan de gang. Veel muziek uit de achterbak van een auto en dansende mensen op straat. Later bleek dat elke dag zo te gaan!

De volgende ochtend konden we nog niet direct naar de wal. We moesten de dinghy eerst nog oppompen en een roertje knutselen. Eindelijk gingen we. Wat voelde het goed, vaste grond onder de voeten. Ik heb een paar keer lekker gestampt. Daarna douchen en vers eten. De douches in Domburg zijn schoon en warm. Heel erg luxe dus. En eindelijk weer schone kleren! We hadden geen Surinaams geld, en beide ATM’s waren buiten bedrijf. We hadden nog wel wat Euro’s. Het eerste wat David deed was die aan een zwerver geven, die wat fruit zou gaan halen voor ons. Uit de tuinen van bewoners van Domburg, zo hoorden we later. Maar goed, we hebben de junk niet meer gezien, en dus ook geen fruit. Een paar uur later konden we toch pinnen en dus gewoon zelf eten kopen. Simon kocht meteen een houwer voor de kokosnoten die gewoon langs de weg lagen. Een houwer is Surinaams voor een machete. Toen hij daarmee over straat liep, werd hij goedkeurend nagekeken door de mannen die op het pleintje rondhingen. Met een houwer ben je een echte man. De kokosnoten waren trouwens oneetbaar. De winkels werden gerund door Chinezen die net waren overgekomen uit China. Behalve Mandarijn spraken ze alleen Sranan Tongo. Dat is lastig communiceren. Vooral als je de verkeerde opwaardeerkaart voor de Surinaamse SIM hebt gekocht. Maar dat wilden ze gewoon ook niet begrijpen. Het prepaid-saldo heb ik later maar weggegeven aan iemand die er wel wat aan had.

De Nederlandse eigenaren van Harbor Resort Domburg hebben ons goed op weg geholpen met de tamelijk ingewikkelde en steeds veranderende procedure voor het inklaren in Suriname. We waren volgens de regels al een dag te laat, en we hadden geen contact gehad met de MAS. Maar verder zou het wel goed moeten komen. Oh ja, één belangrijk advies, kleed je netjes aan, anders kom je niet langs de MAS, en krijg je dus geen visum. We konden kiezen tussen een taxi die ons voor een luttel bedrag langs de instanties zou brengen, of voor een propvolle forensenbus, die er anderhalf uur over deed, zonder airco, waarvan je niet zeker wist of hij reed, en waarna je nog ongeveer 4 kilometer door een bloedheet Paramaribo moest lopen. De bus met wandeling leek ons authentieker en avontuurlijker. Ik dacht het slim aan te pakken. Ik ging in het middenpad op de achterste bank. Dat was geen goede keus. Ik had de klapstoeltjes in het middenpad niet zien aankomen… Beenruimte onder nul!

De MAS was wel een giller. Allemaal mannen en vrouwen in uniform. En toen zagen ze Simon, de schipper. Ze bekeken hem argwanend van boven naar beneden in zijn wijde pofbroek en bijpassend shirt. Ze stuurden hem bijna weg, maar met een glimlach boden ze hem toch een stoel aan. Wij moesten buiten wachten. Ze vroegen hem of hij contact had proberen te leggen – ja – en of dat was gelukt – nee -. Dat leek precies de bedoeling, want ze waren heel tevreden met deze antwoorden. Hierna moesten we ons met een formulier melden bij immigratie. Vandaar vertrokken we naar de Surinaamse bank om te betalen voor de visa. Weer terug naar immigratie voor de visa. En dan nog naar de militaire politie. Ik heb me letterlijk de blaren gelopen op mijn “nette” Palladiums. Gelukkig konden ze nu uit. Met blote voeten en twee jonge vrouwen in je gezelschap trek je in Paramaribo veel bekijks, en word je ook veel aangesproken, ook door de leden van een chain gang die de straat aanveegden.

De terugreis was nog uitdagender dan de heenreis. Het was inmiddels heel heet geworden. En een beetje wijzer door de heenreis, had ik bedacht dat een stoel wel weer te krap zou worden. David en ik besloten daarom om op de inwendige motorkap te gaan zitten. Dan zouden we zeker beenruimte houden. Maar al na een paar kilometer bleek de motorkap ongeïsoleerd, en dus heel heet. Bovendien kwamen alle forensen die geen stoel konden vinden bij ons op schoot zitten. En dat allemaal in een bus zonder airco. Het kaartjesproces was overigens ook heel intrigerend. Iedereen kreeg bij binnenkomst een buskaartje. De kaartjes gingen met stapeltjes rond. Bij een eventuele controle zou iedereen dus een kaartje hebben. Er werd echter pas betaald vlak voor uitstappen. Dan werd er wat geld uit de bus doorgegeven naar de chauffeur. Het eventuele wisselgeld volgde dan weer de omgekeerde weg. En het was ook de bedoeling dat je je kaartje bij het uitstappen weer inleverde, zodat het nog een keer gebruikt kon worden. Wij wisten dat niet, maar een spreekkoor uit de hele bus herinnerde ons er net op tijd aan. Het uitstappen was ook nog een belevenis op zich. Als er iemand uit wilde, moesten alle mensen op de klapstoeltjes in het middenpad opstaan en naar buiten, en daarna in omgekeerde volgorde weer naar binnen. Bij terugkomst in Domburg bleek een deel van onze was te zijn weggewaaid: regentijd…

Omdat we de mooring toch wat onhandig vonden, besloten we naar Waterland te varen. Dat zou een luxe resort zijn met steigers. Steigers zijn ontzettend veel handiger dan moorings. Het resort bleek inderdaad heel luxe te zijn, met één kleine uitzondering. Er was geen douche. Er was wel een tuinslang. Nou ja, douchen met een tuinslang kan ook! In Waterland hebben we sinterklaas gevierd. We speelden liedjes over de boordboxen, Simon zorgde voor zelfgemaakte pepernoten, Vera had wat cadeautjes ingepakt. Ik heb daar mijn eerste wandeling alleen door het bos gemaakt, in korte broek en op sandalen, over een natte bosweg. Achteraf bleek dat niet helemaal zonder gevaar. Er zitten daar veel Labaria’s. De Labaria ofwel de Gewone Lanspuntslang is een agressieve en dodelijk giftige slang. Ik was toen nog niet gewaarschuwd, maar nog gewoon lekker naïef. De anderen hebben kano’s gehuurd, maar dat was voor mij met mijn gekneusde rib geen goed idee.

De tijd voor het afscheid was aangebroken. Lotta ging verder zonder mij. En ik begon aan mijn avontuur in Suriname. Eerst op naar Paramaribo!

Geef een reactie